TEST

Toelichting op de WTZa

Written by

in

Nieuwsbericht Wtza

Per 2022 vervangen de Wet toetreding zorgaanbieders (Wtza) en de Aanpassingswet Wet toetreding zorgaanbieders (AWtza) de Wet toelating zorginstellingen (Wtzi). Het NOG ontving enkele vragen over de toepassing van deze wetten op MSB’s en andere rechtsvormen van oogartsenpraktijken. Het NOG heeft juridisch advies ingewonnen over de toepassing van deze wetten, om u van achtergrondinformatie te kunnen voorzien.Of een instelling wel of niet meld- en/of vergunningplichtig is en wat hier de gevolgen van zijn dient per individueel geval uitgezocht te worden. Dit nieuwsbericht biedt handvatten, maar voor de beoordeling van de exacte situatie van uw instelling dient u de expertise van een jurist of accountant in te zetten.

Doel Wtza

De Wtza moet leiden tot meer transparantie en verantwoording in de zorgsector en daarmee tot het effectief, doelmatig en rechtmatig besteden van collectief zorggeld. De wet richt zich hierbij op 4 onderdelen: meldplicht, vergunningsplicht, intern toezicht en jaarverantwoording.

Meldplicht

Uit artikel 1 lid 2 en artikel 2 van de Wtza volgt dat instellingen meldplichtig zijn, ook als zij binnen een andere instelling (zoals een ziekenhuis) een deel van de zorg verlenen (bijv. een maatschap of MSB). De Inspectie wil namelijk zicht hebben op wie er allemaal zorg levert in Nederland.
Artikel 10 sub b van het Uitvoeringsbesluit bij de Wtza creëert echter een uitzondering op de meldplicht, indien zulke instellingen op de dag van inwerkingtreding van de Wtza vermeld stonden in het Landelijk Register Zorgaanbieders. Staan individuele maatschappen in dat register, dan zijn zij dus al ‘gemeld’ bij de overheid en hoeft dat niet nog een keer. Concreet is het dus van belang dat maatschappen checken of zij bekend zijn bij IGJ via het Register.

Vergunningsplicht

Er moet in twee gevallen aan de vergunningsplicht worden voldaan: bij medisch specialistische zorg of indien de instelling een bepaalde grootte heeft (meer dan tien zorgverleners).
Onze jurist is van mening dat medische keuringen ‘voor andere doeleinden dan het nemen van een beslissing over de vraag of, en zo ja welke, zorg moet worden verleend’, níet als medisch-specialistische zorg als bedoeld in de Wtza moeten worden gekwalificeerd. Dat volgt uit artikel 3, alsmede de Nota van toelichting, bij de Uitvoeringsregeling Wtza. Dit omdat de patiënt in zo’n geval niet onder behandeling van het ziekenhuis komt en dat lijkt het cruciale criterium in de Nota van toelichting. Zulke medische keuringen an sich creëren dus geen vergunningsplicht.

Voor wat betreft onverzekerde medisch specialistische zorg, zoals premium lenzen, geldt het volgende. Anders dan bij de meldplicht, hoeft er geen vergunning te worden aangevraagd indien een ‘instelling’ binnen het kader van de binnen een andere instelling verleende zorg een deel van die zorg verleent. Vertaald: een maatschap of MSB die enkel bínnen een ziekenhuis (op grond van bijv. een samenwerkingsovereenkomst) zorg verleent, wordt verondersteld onder de vergunning van het ziekenhuis te vallen. En zal dus niet nog zelf een vergunning aan hoeven te vragen. Dit is alleen anders, indien de maatschap of MSB zelfstandig en los van het ziekenhuis nog medisch specialistische zorg aanbiedt. Per maatschap zal dit dus kunnen verschillen.

Intern toezicht

In principe hebben alle vergunningplichtige zorginstellingen een interne toezichthouder. Hierop is een aantal uitzonderingen die hier beschreven wordt.

Financiële verantwoording

Op basis van artikel 40a lid 5 en 40b lid 6 van de Wet marktordening gezondheidszorg, zijn de eisen die gelden worden rondom financiële bedrijfsvoering, derivaten en jaarverantwoording óók van toepassing verklaard op geen rechtspersoonlijkheid bezittende organisatorische verbanden van zorgaanbieders, ofwel maatschappen. Daarop gelden twee uitzonderingen: ten eerste gelden deze verplichtingen niet voor maatschappen die uitsluitend zorg verlenen die níet Wlz-, Zvw- of VWS-gefinancierd is. Dat volgt uit artikel 5a sub a van het Besluit uitbreiding en beperking werkingssfeer Wmg. Daarnaast zijn, op basis van artikel 5a sub e van datzelfde Besluit, voornoemde verplichtingen ook niet van toepassing op de individuele maten of vennoten. Deze verplichtingen gelden dus wél voor maatschappen als geheel, maar niet voor de individuele maten. De volledige lijst van uitzonderingen vindt u hier.

Jaarverantwoording voor 1 juni
De jaarverantwoording over het voorgaande jaar dient vóór 1 juni binnen te zijn op www.jaarverantwoordingzorg.nl. Per 1 juni 2023 moest de jaarverantwoording over 2022 binnen zijn. Voor zover maatschappen dat nog niet gedaan hebben moeten zij daar werk van maken.

Links met aanvullende informatie:

  • In het stroomschema Wtza heeft de overheid middels een stroomschema weergegeven wanneer sprake is van een meldplicht dan wel vergunningsplicht
  • De Federatie Medisch Specialisten heeft een factsheet opgesteld waarin voor MSB’s, Vakgroepen, regiomaatschappen en bv-leden van msb’s en BV’s wordt toegelicht waaraan voldaan moet worden.

BBC – september 2023